GENESIS – Sidi Larbi Cherkaoui & Yabin Wang – 18/01/2014

by • 20 januari, 2014 • Tekst, VerslagComments (0)3414

LARBI’S LABO

Een week geleden stond ik helemaal klaar voor Sidi Larbi Cherkaoui’s jongste creatie Genesis voor de deuren van deSingel. Gesloten deuren. Van uur vergist. Voorbestemd, zo geloof ik graag een week later. De kaartjes die zondag wees bleven omwille van mijn slechte agenda (lees: geen agenda), ruilde ik met zoekplaatsen voor zaterdag, een voorstelling die wél om acht uur begon. Er is nog één lege zetel in de rode zaal, ik zet me er neer alsof het mijn gereserveerde plek is. ‘Ies dit uw plek?’ vraagt mijn buurman met Frans accent. Ik toon hem mijn zoekplaats en beken. Of hij daar iemand verwachtte? ‘Mijn vrouw, ja, maar iek denk niet dat ze nog komt’ Ze kwam wel en zei me dat ik eigenlijk op de plaats van Larbi zat. Ze schijnt hem te kennen: ze wisselt wat gebaren met de choreograaf achterin de zaal. Deze doet tenslotte teken naar mij dat ik gerust mag blijven zitten. Ik wuif hem een bescheiden dankgebaar. En zo kwam het dat ik die gesloten deuren van een week eerder als voorbestemd aanvaardde. Mijn Franse buurman stelt zijn vrouw voor aan de mannen naast hem. Wat ik daaruit opmaak is dat mijn erezetel de laatste in een rij van Franse recensenten is. Dat het toeval mijn leven maar regelt, ik heb geen agenda nodig. 

 

Voor Genesis werkte Cherkaoui samen met de Chinese danseres en choreografe Yabin Wang, door velen onder ons enkel onbewust gezien in de film House of Flying Daggers. Cherkaoui’s gezelschap Eastman trok naar het Oosten en mengde zich er met de cultuur en het gezelschap van Wang. One, two, three, four, five, six. One, two, three, four, five, six. Vijf vitrines van plexiglas en zeven dansers in doktersjas veroorzaken een grimmig, gestileerd sciencefictionsfeertje in de rode zaal van deSingel. De voorstelling wordt geboren in quarantaine. De dokters dansen statisch en met korte schokbewegingen: ze meten, testen en catalogiseren de wereld rondom zich. Dan gaat hun mondmasker af en krijgen ze de volle lading zuurstof: hun bewegingen worden soepel, we zien het organisme achter de wetenschap. Wang danst met de unheimliche souplesse van een Chinese drakenpop. De zaal ademt Cherkaoui in.

Eastmandanser Kazutomi Kozuki wordt door zijn dokter uit een lijkzak gehaald. Hij heeft zijn lichaam aan de wetenschap geschonken: hij is een marionet van zijn reflexen, een testpop. Hij schonk zijn lichaam aan de dans. Niet voor dummies.

Zes dansers (Kozuki is nog steeds dood), dat zijn twaalf handen en zestig vingers die aan fagocytose  doen. Alsof we door een microscoop kijken, worden handen cellen en vingers trilhaartjes. Het geheel is een wervelende mandala die de bühne van leven voorziet. En leven doet ze: zeven dansers (Kozuki leeft weer) woekeren over en onder elkaar al waren ze een gezwel, al was de scène een petrischaaltje. Goedaardig, dat wel.

Cherkaoui slaagt er keer op keer in met een lijf of vijf een nieuw geheel te vormen. Net als in PUZ/ZLE poot hij een organische rij dansers neer. Ze geven glazen bollen door. Het zou dauw kunnen zijn, of oliedruppels op een wateroppervlak, of de tranen van een ontroerde Young One op het hoekje van de recensentenrij. Muziek en tekst zijn een bruisend geheel, live, zoals altijd. Een druk kruispunt, maar dan melodisch. De dansers ademen smog in en zuurstof uit. Larbi’s armen reiken ver, maar die van Wang nog verder. Samen houden ze ons door de mist een spiegel voor. Adam en Eva, die kenden geen reflectie, maar één ding is zeker: in het Aards Paradijs, daar werd gedanst.

 

‘Alors, je crois que ça vous a plu?’ vraagt mijn buurman me. ‘Bien sûr, monsieur, bien sûr.’

 

Flo Van Deuren 2014 voor TheYoungOnes

Pin It

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *