“Twijfel is geen reden om te zwijgen” een interview met theatermaakster Rebekka de Wit

by • 18 december, 2013 • Tekst, VerslagComments (0)1248

                                                                                                            rebekka©Marianne Hommerson
“Hij zegt dat ik wel veel dingen denk voor iemand
wiens voorstelling ‘ik weet er te weinig van’ heet.”
Deze quote uit Rebekka de Wit haar laatste voorstelling
klopt  helemaal. Rebekka heeft op alle vragen een antwoord.
Twijfel is voor haar geen reden om te zwijgen.

Achtergrond
Rebekka de Wit studeerde woordkunst aan het conservatorium van Antwerpen. Met haar afstudeervoorstelling won ze de TAZ-jongerenprijs. Dit jaar speelde Rebekka al twee voorstellingen in deSingel. Volgend jaar zullen we haar nog vaker kunnen bewonderen want dan gaat Rebekka in residentie bij deSingel. Theyoungones maakten alvast even kennis met haar. 


Wanneer besefte je dat je iets met theater en schrijven wou doen?
‘Ik ben geboren in Chili en kwam op mijn vier jaar terecht in een Nederlandse school vol Turkse kinderen. Ik had dus een taalprobleem. Tot mijn tiende   was ik een heel stil en observerend kind. Ik heb het gevoel dat ik voor het eerst mijn mond heb opengedaan toen we een toneeltje moesten maken. Ik speelde een pizzabakker, dat was zo’n slaand succes dat ik mijn toneeltje  voor de hele school nog eens mocht opvoeren. Ik weet niet of ik er toen echt iets mee wou doen maar ik heb op dat moment wel beseft dat schrijven en spelen een goede vorm is om me uit te drukken.’

Ben je meteen aan de opleiding woordkunst begonnen in de Studio in Antwerpen?Kwam je als kind veel in contact met theater of andere kunstvormen?
‘Ik kwam wel veel in contact met kunst via mijn moeder, ze was een keramiek- kunstenares en gaf les in handarbeid en kunstgeschiedenis. Met theater kwam ik eigenlijk zelf. Toen ik tien was ging ik elke zaterdag naar het Nederlands kinder-theater in Purmerend. Dat was een heel inspirerende theaterschool met een begeesterde artistieke leider. Zij waren een grote referentie voor mij.’

‘Nee, ik studeerde eerst een jaar literatuurwetenschap in Amsterdam. Dat was een erg ingewikkelde periode, ik vond het moeilijk om mij te verhouden tot de werkwijze van de literatuurwetenschap. Karel van het Reve heeft goed verwoord wat ik bedoel: de toon waarmee literatuurwetenschap over literatuur praat correleert niet met de aansprakelijkheid van de inhoud. Ik moest naar mijn gevoel heel zakelijk schrijven om literatuur een soort geldigheid te geven terwijl ik net vind dat zulke zakelijke taal de geldigheid van literatuur ondermijnt. Verder was ik het ook niet altijd eens met de standpunten die ik in papers moest verkondigen.’

‘In Amsterdam word je
opgeleid om iets te kunnen
zoals bijvoorbeeld tapdansen,
in Antwerpen word je opgeleid
om iets niet te kunnen.’

‘Na dat jaar heb ik in Amsterdam auditie gedaan voor de opleiding theaterdocent maar de school lag me niet echt. Ik zette de auditie stop. Gelukkig leerde ik de studio in Antwerpen kennen toen ik een vriendin bezocht die daar kleinkunst studeerde. Ik was meteen gecharmeerd door het Vlaamse karakter van de school. Op het secretariaat zaten twee mannen, de ene loenste en de andere zat de hele tijd te paffen.’

Waarin verschillen de opleidingen in Amsterdam en Antwerpen dan?
In Amsterdam wordt er meer gedacht in termen als “de beste”. Mijn lief, Freek (Vielen, ook theatermaker, red) heeft wel eens  gezegd dat je in Amsterdam word opgeleid om iets te kunnen zoals bijvoorbeeld tapdansen terwijl je in Antwerpen wordt opgeleid om iets niet te kunnen. Hier is het belangrijk om een bepaald soort kwetsbaarheid te vinden die het de moeite waard maakt. Die kwetsbaarheid is er in Nederland veel minder. Het goede aan de theaterschool van Amsterdam is wel dat ze alles heel belangrijk maken.’

Werken die verschillen ook door in de theaterproducties?
‘Ja! Mensen die opgeleid werden in Nederland verhouden zich anders tot hun vak en dat zie je aan de voorstellingen die ze spelen. Nederlandse producties zijn vaak groter opgezet. Maar ik zie de kwetsbaarheid waarover ik sprak ook niet altijd in Belgische voorstellingen hoor.’

Wie heeft jou als kunstenaar gevormd?
‘De docenten van de studio hebben voor een groot deel bepaald wat ik nu doe. Ik ben heel blij en dankbaar dat ik mensen als Lucas Vandervost en Bart Moeyaert heb ontmoet. Je hebt mensen nodig die je inspireren, iets in je zien en  je verder willen helpen. Maar daar stopt de “vorming” wel. Voor mij, in ieder geval.’

Duizendpoot
Je doet veel verschillende dingen, schrijven, spelen, studeren… Waar haal je het meeste voldoening uit?
‘Voor mij staan deze dingen niet los van elkaar. Ik ervaar schrijven als iets levensnoodzakelijk. Salinger heeft ooit gezegd dat hij schrijven ervaart als bidden, daar kan ik me in vinden. Als het lukt om mijn gedachten communiceerbaar te maken geeft het meedelen me echter evenveel voldoening als het schrijven.’

Waarom vind je het zo belangrijk om wat je neerschrijft ook te delen met anderen?
‘Voor mij is dat mededelen inherent aan schrijven. Ik denk dat alle kunst, en eigenlijk alles wat je buiten jezelf plaatst, een soort brief is aan een onbekende. Het is een poging tot niet alleen zijn. Een poging om dezelfde wereld te zien. Kunst streeft naar een toestand van verbinding. Ik denk dat kunst en religie uit dezelfde bron ontspringen, ze beogen beiden verbinding.’  

‘Ik heb het gevoel dat
we het moeten hebben
over onze verhouding
tot religie. En in
slimmere  termen dan
dat we het nu doen.’

Religie en theater hebben dus hetzelfde doel, verbinding. Kan het theater de religie vervangen?
‘Goh… Het is heel moeilijk om over religie te praten. Ik moet goed nadenken voor ik me erover uitdruk.’

‘Ik merk dat er een gebrek is aan een goed begripsapparaat om over religie te praten. Dat is voor mij het bewijs dat er een spirituele crisis is. Maar ik denk niet dat theater religie zou moeten vervangen. Ik denk dat ze beiden  tot hetzelfde genre behoren, religie is  ook een soort kunstvorm. Bepaalde mensen zijn er wel beter in dan andere.

‘We leven in een behoorlijk rare tijd, we mogen nergens meer in geloven en er zijn ook heel wat mensen die uitgesproken ongelovig zijn. Maar dat kan helemaal niet, je gelooft sowieso ergens in. Al is het maar dat de wereld naar de vaantjes gaat. Ik heb het gevoel dat we het moeten hebben over onze verhouding tot religie. En in slimmere termen dan we het nu doen.’

Studeer je nog steeds geschiedenis?
‘Nee, het was dit jaar te druk. Maar ik wil zeker terug  gaan studeren. Al is het me niet echt te doen om het diploma. Ik heb gemerkt dat ik best veel moeite heb met studeren. Ik weet eigenlijk niet waarom. Ik denk dat ik een soort woordenafwijking heb. Als ik moet blokken studeer ik mijn cursussen bijna als een theatertekst. Ik blijf heel lang hangen bij bepaalde formuleringen, dan denk ik “dit klopt niet, dit is geen goede zin!”’

Is er buiten je honger naar kennis ook een andere motivatie om te studeren?
‘Ik denk dat studeren voor mij soms een manier is om niet te hoeven zeggen wat ik “ben”. Studeren ontslaat me van de plicht om te zeggen dat ik bijvoorbeeld schrijver of theatermaker ben. Ik heb nog geen discipline gekozen. In zoverre het noodzakelijk is daar een keuze in te maken. Studeren verschaft mij een soort tussentijd die ik blijkbaar wel prettig vind.’

Waarom wil je je (nog) niet verbinden tot een discipline?
‘Ik denk dat dat vooral  te maken heeft met de angst dat ik eigenlijk niet kan wat zo’n discipline inhoudt. Stom hé.

Je werd door Els van Steenberghe (Knack) een cabaretbelofte genoemd, wat vind je daar dan van?
‘Echt? Grappig dat ze dat zegt. Misschien heeft ze wel gelijk en mondt mijn werk inderdaad uit in cabareteske voorstellingen. Het etiket cabaret maakt wel dat ik me kwetsbaar voel. Er gaat een soort pretentie of belofte van uit terwijl ik niet de bedoeling heb om mensen een dijenkletser aan te bieden. Voor mij staan grappen in dienst van wat ik wil zeggen. Bij cabaret is dat naar mijn gevoel vaak omgekeerd. Maar mijn schrijven neigt inderdaad eerder naar het cabaret dan naar het theater. Misschien moet ik maar eens helemaal voor de cabaretstijl gaan.’

Projecten
Wat was de opzet van je laatste voorstelling, “Ik weet er te weinig van”?
‘Mensen zeggen dat er sinds het begin van de 20ste eeuw een vermoeidheid heerst in Europa. Ik wou onderzoeken of dit waar is en wat de oorzaken van deze impasse zijn. Hiervoor trok in naar Berlijn, Wenen, Venetië en Amerika. Ik was opzoek naar een ontsnapping uit de Europese impasse, die hoopte ik in Amerika te vinden. De voorstelling gaat over de tegenstelling tussen het oude en het nieuwe continent.’

 De laatste zin van je voorstelling luidt: “Het is om te zeggen dat je gelijk had. De schoenen die we samen kochten voor ik vertrok, zijn inderdaad tien maten te groot.” Heb je de aanvankelijke opzet van je voorstelling niet kunnen waarmaken en voel je hier teleurstelling over?
‘Ik ben nog niet helemaal tevreden over die zin.  Ik wil namelijk niet zeggen dat mijn voorstelling een te grote onderneming was. Ik wil duidelijk maken dat je nooit gelijk of ongelijk kan hebben over je verhouding tot de wereld. Er is geen antwoord op de vraag wat het centrum van de wereld is. Je kan alleen maar gelijk hebben over aardse zaken zoals schoenmaten.’

‘Ik beschrijf in deze voorstelling dat wij Europeanen geen grote verhalen meer hebben. Ik wou de vraag stellen hoe we hiermee om moeten gaan en een taal vinden waarmee je over deze vraag kunt spreken zonder een systeem of alternatief voor te stellen. Ik wou een hoopvol beeld van de Europeaan schetsen. Ik weet niet of ik daarin slaag. Dat is het enige waarover ik misschien teleurstelling voel.’

‘Ik wil geen oplossing geven voor de impasse. Mijn voorstelling speelt zich niet af op een pragmatisch niveau maar op een existentieel niveau. Ik wil duidelijk maken dat je het over deze zaken mag hebben, dat  “ik weet er te weinig van” niet  je laatste zin hoeft te zijn.’

‘Ik wil als een brulaap speeches
gaan geven terwijl ik op
een sinaasappelkist sta.’

 Wat brengt de toekomst?
‘Goede vraag. Ik weet het niet goed. Ik heb twee en een half jaar gewerkt aan ik weet er te weinig van omdat ik daarna niets meer wou doen (lachend). Ik dacht dat ik met deze voorstelling alles zou kunnen zeggen wat ik te zeggen heb. Maar ik heb het gevoel dat dat niet helemaal gelukt is en dat ik het dus nog eens moet proberen.’

‘Ik ben momenteel aan het schrijven over een onderwerp waar ik al heel lang mee bezig ben. Het is een soort oude belofte die ik mezelf deed en die ik dit jaar wil inlossen. Volgend jaar ga ik een jaar lang in residentie bij deSingel. Daar wil ik een meer politiek project maken, een guerrilla-achtige voorstelling over engagement. Ik wil als een brulaap speeches gaan geven terwijl ik op een sinaasappelkist sta. Tot slot denken we er aan ook nog aan om een tweede Heimat te maken.’

 

 

Pin It

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *