The Minister’s Black Veil – Romeo Castellucci – deSingel & Socìetas

by • 15 december, 2016 • Geen categorieComments (0)401

maps-amerikalei-165

Google maps foto. Sint-Michielskerk, Antwerpen

“Meneer Hooper droeg een zwarte sluier vanaf zijn voorhoofd en neerhangend over zijn gezicht, zo laag dat die beroerd werd door zijn ademtocht.”

 

De dominee lijkt de verwarring van zijn mensen niet op te merken. Zij trachten zich in zondagse kleren in de Sint-Michielskerk te ANTVERPAE te verplaatsen in de heersende mysterie. Ze zien een man die toegewijd is aan het gebed.

Gekoppeld aan dit inzicht zegt Maurice Merleau-Ponty: “As soon as we see other seers … henceforth, through other eyes we are for ourselves fully visible … For the first time, the seeing that I am is for me really visible; for the first time, I appear to myself completely turned inside out under my own eyes.”[1] De ervaring die Merleau-Ponty toelicht, is vergelijkbaar met de manier waarop de toeschouwer zich licht ongemakkelijk voelt bij de verschijning van Meneer Hooper. We weten niet waar we onze blik op moet richten.

Socìetas heeft de voorkeur om belangrijke en befaamde personages te integreren in hun voorstellingen. Wat twijfel zaait is de representatie van figuren die we goed kennen, of thans denken te kennen. Castellucci neemt als voorbeeld Charles De Gaulle en Mussolini die respectievelijk in Parijs en Italië zijn opgevoerd bij de Tragedia Endogondia. Het zijn beide iconen voor het volk.

Deze beschouwing toont dat het integreren van een figuur zoals een priester, nationale held, of profeet (cf. Go down Moses) een mechanisme is om vervreemding mee te bekomen. Socìetas wordt gekarakteriseerd door de ongewone manier waarop mensen en objecten op de scène verschijnen. Ze kiezen vaak voor lichamen met onvolkomenheden (verwondingen, zichtbaar ondergewicht, in dit geval de sluier die het gelaat van onze priester bedekt). Deze verstorende factoren zorgen ervoor dat we als toeschouwer niet op ons gemak zijn.

We verwachten in het theater een verhaal te aanschouwen dat ons iets vertelt, iets bijleert. We verlangen om door een vierde wand heen te kijken en uit andermans fouten zelf conclusies te trekken. Dit verwachtingspatroon wordt al in de Griekse periode gevoed. Plato’s leerling Aristoteles, die theatergeschriften en een handboek voor psychologie op zijn palmares heeft staan, introduceerde het begrip catharsis. Er zijn tal van interpretaties die aan het begrip gekoppeld zijn. Zo verwijst Jan Helge Solbakk in een inleiding tot Catharsis and moral therapy II: An Aristotelian Account naar verschillende groepen van betekenissen waar de catharsis voor kan staan. Hierbij horen o.a. emotionele en intellectuele opheldering, morele interpretatie, een verlossing van emoties, enz. Men komt tot een catharsis door lichamelijk uit te drukken wat men voelt. Het verwijst naar een soort ontlading waardoor de geest van de mens bevrijd wordt. De tragedies die een catharsis veroorzaken, hebben volgens Aristoteles een positieve invloed op de toeschouwer. Het bijwonen van theatervoorstelling werd daarom ook opgevat als een leerschool en het psychologische nut van de opgeroepen catharsis werd benadrukt.

Tot op vandaag domineren deze beschouwingen het theater, omdat de mens een wezen is dat leeft met verhalen. De toeschouwer verwacht een verhaal te aanschouwen dat een bepaalde gewaarwording bij hem opwekt. Gekoppeld aan dit inzicht zegt IJsseling dat “de vertrouwdheid [met verhalen] het referentiekader vormt voor het doen en laten, spreken en denken en maakt het mogelijk te zien wat wij zien”[2]. Zonder dit referentiekader zou de mens niet naar zichzelf en zijn gewoontes kunnen kijken. Freddie Decreus bespreekt in zijn werk Ritueel theater of de droom over onze verloren oorsprong de zoektocht naar de innerlijke drijfveren van de mens. Hij stelt dat “de mythe de volledige kennis van en over de mens helpt weergeven en hem laat nadenken over de redenen van zijn geboorte en dood, over de zin van zijn leven als individu en als groepswezen, kortom over zijn moeilijke poging om identiteit te verwerven” [3]. Door verhalen is het mogelijk om even uit het leven van alle dag te stappen en na te denken over het bestaan. Het klassieke theater dient m.a.w. als referentiekader waarbij de mens naar zichzelf en zijn gewoontes kan kijken.
Socìetas zoekt naar nieuwe en alternatieve manieren om de toeschouwer naar de wereld te laten kijken. Hun theater wordt vaak in vergelijking gesteld met het epische theater van Bertolt Brecht. Episch theater is een vertellend, narratief theater en maakt van de toeschouwer iemand die observeert. De kijker is niet passief maar wordt gedwongen om kritisch na te denken. Doordat zijn activiteit door bepaalde mechanismen wordt aangewakkerd, moet de toeschouwer in staat gesteld worden beslissingen te kunnen maken. Het theater moet volgens Brecht de toeschouwer een wereldbeeld verschaffen. De toeschouwer wordt niet meegezogen in de illusie door middel van een vereenzelviging met een personage, maar wordt tegenover de actie op scène geplaatst, eerder in een vorm van confrontatie.

Deze confrontatie ben ik bij mijn vierde kennismaking met Castellucci’s werk opnieuw aangegaan. Op een bijzonder moment stond Willem Dafoe een veertig tal centimeter van mij en zat ik sprakeloos naar de lap krip te kijken, op en neergaand door zijn adem. De sluier van het theater.

“Mijn ziel smacht verduldig tot de sluier wordt opgelicht.”

[1] Merleau-Ponty, Maurice, The Visible and the Invisible, trans. Alphonso Lingus. Evanston, IL: Northwestern Univ. Press, 1968: 143-144. Print.

[2] IJsseling, Samuel. Apollo, Dionysos, Aphrodite en de anderen: Griekse goden in de    hedendaagse filosofie.Amsterdam: Boom, 1994. 24. Print.

[3] Decreus, Freddy. Ritueel theater of de droom over onze verloren oorsprong. Gent: Academia, 2009. 39. Print.

Pin It

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *