STUFF. tijdens de repetitie

by • 28 januari, 2016 • TekstComments (0)2017

Ik hou van repetities. Zij zijn de vrijplaatsen van de kunst. Een temporele en fysieke ruimte waar alles mogelijk moet zijn en niets verworpen mag worden vooraleer het vanuit elke hoek bekeken en betast werd. Op zoek naar iets wat men vooralsnog niet anders dan vaag weet te omschrijven, is het in deze periode de bedoeling onontdekte paden te betreden en grenzen waarvan men het bestaan niet vermoedde, te overschrijden. Het enige maar dan ook absolute verbod dat hier geldt is dat op vrijblijvendheid. Door op veilig te spelen, kom je niet verder. De overwinning kan slechts behaald worden door de moed te hebben grandioos op je bek te gaan.

Mijn antwoord op de vraag of ik de repetities van STUFF. wilde bijwonen om hen nadien te interviewen, mag dan ook niet verbazen. Op de eerste dag dat mijn agenda het toeliet, een voorjaarsvrijdag in januari, begaf ik mij naar deSingel alwaar dé Belgische muziekrevelatie van 2015 (en dit zijn niet mijn woorden maar die van de gespecialiseerde pers) hun tweede week van een residentie die er drie zou duren, beëindigden. Aan de einder kwam het concert reeds in zicht.

In de muziekstudio werd ik omvergeblazen door een muur van geluid. Elektronica en akoestische instrumenten leken ergens in een achterafstraatje een kind verwekt te hebben dat het daglicht niet al te veel onder ogen zal krijgen omdat het gedwongen zal worden zich zijn gehele leven in kelderclubs te slijten. Een ware aanslag op mijn stroeve heupen. Dance, dance, otherwise we are …

In het donker wist ik met behulp van de lasers en spotlampen met moeite vijf individuen tussen de heuvels aan instrumenten te ontwaren. De concentratie waarmee zij speelden deed denken aan kinderen die zich voor de duur van hun spel echte cowboys en indianen wanen. De wereld heeft zich aan hun regels te houden of zij verliest elke aanspraak op waarachtigheid.

De muziek zou het komende uur een aantal keren abrupt stoppen. De lichten gaan aan en de vijf jonge mannen wisselen enkele voor mij onontwarbaar gecodeerde opmerkingen over tempo, ritme, klankkleur. Ze spelen elkaar voor wat ze bedoelen, in variaties waarvan de minuscule verschillen veelal aan mij voorbij gaan en in het beste geval slechts hoorbaar zijn omdat ze uitgelicht en becommentarieerd worden. Ik bemerk bij mezelf een jaloezie tegenover deze manier van werken. Partners in crime die samen een gevecht tegen zichzelf aangaan en kunnen terugvallen op elkaars koortsachtige medeplichtigheid. Een schrijver is het gewoon om alles wat hij doet in eenzaamheid te voltrekken. De gedeelde geest van muzikanten is hem jammerlijk niet gegund.

Er druppelen nog enkele toeschouwers de zaal binnen ten teken dat de intieme try-out zal beginnen. In het donker vertelt een stem (die ik meen te herkennen als de grote Josse De Pauw) over een hybride vorm van liefde die ons van de era der dinosaurussen tot binnen het technologisch heden leidt. Een uur lang vind ik er genoegen in de kennis die ik tijdens de repetitie opgedaan heb aan te wenden om mijn beleving uit te diepen. Wat niet betekent dat mijn eerder vermeldde stroeve heupen zich daar iets van zullen aantrekken. Ik bevind me in het holst van een zwoele nacht vol onverkende mogelijkheden op een laat middaguur. Zelfs de uren toonden zich die dag uitzonderlijk hybride.

Wanneer de jongens nadien voor de camera plaatsnemen, beantwoorden ze mijn vragen plichtsbewust en met een mij tegemoetkomende spontaniteit. Toch kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat ik inbreuk pleeg op een afspraak die mij niet medegedeeld werd. Mijn vragen geven (naar ik hoop) blijk van mijn voorbereiding en interesse voor hun werk maar blijven desondanks de vragen van een buitenstaander. Iemand die slechts bij hoge uitzondering het voorrecht heeft genoten een blik te werpen op een alchemistisch proces waarvan de omvang en reikwijdte hem ontgaan. In het beeldmateriaal van het interview zal mijn stem grotendeels weggeknipt worden en met lichte teleurstelling bemerk ik dat de beelden er coherenter en homogener door geworden zijn. Na afloop vraag ik hen of ze nog op zoek zijn naar iemand die teksten voor hun werk zou kunnen aanleveren. Als grap, uiteraard.

Het concert vindt een week later plaats in een uitverkochte en uitgelaten zaal. “[N]oot minder dan sensationeel” (De Morgen), “een fenomenale double whammy” (Enola), “STUFF. [moet ] deze muziek op plaat uitbrengen. Dit is geen wens, maar een bevel” (de Standaard).

Maar laat ze toch vooral de tijd en ruimte krijgen om te repeteren.

 

 

Pin It

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *