Notities over Intimiteit

by • 8 september, 2016 • TekstComments (0)721

(naar aanleiding van de eerste workshop voor Grip/Jan Martens’ The Common People)

(nagekeken op fouten en onduidelijkheden door Luc Pay)

 

 

Alle mensen stinken.

Ik ben een mens.

Dus ik stink.

En toch schaam ik me daarvoor.

*

Ik wil het over intimiteit hebben, maar zie mezelf genoodzaakt een omweg via ‘schaamte’ te nemen.

*

Ik ben te zelfbewust om een goede acteur te zijn. Ik ben geconditioneerd mezelf via de omweg van de ander te aanschouwen. (Misschien is dit echter een ‘goede’ eigenschap om regisseur te zijn. De toekomst zal dit moeten uitwijzen.)

*

Zonder mij te willen verliezen in goedkope psychologie van de koude grond, denk ik dat een mogelijke verklaring voor dit fenomeen in mijn jeugd te vinden kan zijn. Een jeugd die zich voor het grootste deel afspeelde in het reservaat genaamd Brasschaat: bakermat van de (petite) bourgeoisie.

*

Waar men vroeger in bijna alle Vlaemsche huiskamers een tegel met daarop de onsterfelijke spreuk: ‘God ziet U! Hier vloekt men niet.’ kon vinden, werd deze controlerende macht in mijn jeugd uitbesteed aan het even concrete als abstracte godsbegrip dat ‘de buren’ werd genoemd: ‘Wat gaan de buren wel niet denken?’

*

Ik heb een vrijwel zorgeloze jeugd gehad. Maar daarover later meer.

*

De buren zijn in deze context een overkoepelende instantie die op kafkaëske wijze de regels van ons sociale spel uitvaardigen waaraan voldaan moet worden om functioneel deel te kunnen uitmaken van de maatschappij. Zowel op micro- als op macroniveau.

*

Wij noemen diegenen schaamteloos die blijk geven van onvoldoende kennis van de spelregels, of, nog erger, zij die openlijk lak hebben aan het spel dat wij zo belangrijk vinden.

*

Mocht de erudiete lezer in mijn gebruik van de term ‘spel’ een gesimplificeerde echo van de taalspelen van Wittgenstein horen, dan kan ik slechts bevestigen dat dit de bedoeling is. Waarmee ik niet wil zeggen dat ik de finesses van deze filosofische onderzoekingen volledig begrepen meen te hebben.

*

Ook houd ik de ‘homo ludens’ van Johan Huizinga in het achterhoofd. Die ben ik onlangs tegengekomen in het begeleidende essay van de catalogus die verscheen naar aanleiding van de tentoonstelling Surrender van Phil Griffin in At The Gallery. Een prachtige tentoonstelling van een kunstenaar die ik (full disclosure) als een goede vriend beschouw en met wie de gesprekken (zonder dat hij het weet) heel belangrijk voor mij zijn geweest bij het ontwikkelen van de gedachten die in deze notities voorzichtig uitgedrukt willen worden.

*

Het principe achter de ‘homo ludens’ kan als volgt kort samengevat worden. De mens onderscheidt zich van dieren (en daar wil de éénentwintigste-eeuwse Zeitgeist in mij aan toevoegen: (vooralsnog) computers) door zijn in de breedste zin van het woord spelende manier van leven. Uit dit spel komt alle creativiteit voort en dus ook de beschaving die ik persoonlijk als de essentie van het filosofische humanisme beschouw. Beschaving is dus een spel, hét spel bij uitstek.

*

(Vergeef mij de vaak springerige omwegen. Ik ben volop aan het zoeken. (Of volgens het RITCS doe ik alsof ik zoek. Reden waarom ik daar recentelijk niet ben toegelaten. Wat de juiste keuze was, maak ik mezelf nu wijs. ‘Er is veel werk aan de winkel, maar daar kunnen wij jou niet bij helpen.’)

*

Wij weten nu dus wat ik bedoel met ‘spel’. Nu, hoe verhoudt schaamte zich tot dit spel? Als het spel (beschaving dus) ervoor zorgt dat wij mensen niet toegeven aan elk van onze primaire, ‘dierlijke’ instincten dan kan schaamte teruggeleid worden tot een gecultiveerde reactie op die primaire impulsen die zich uiten door middel van ons lichaam. Schaamte heeft veelal te maken met de oncontroleerbaarheid van onze lichamen en voornamelijk die functies die betrekking hebben op onze lichaamsvochten.

*

(notitie op bierviltje bij het lezen van ‘Naaktheden’ van Giorgio Agamben)

SCHAAMTE IS ALTIJD SCHAAMTE VOOR DE WAARHEID

SCHAAMTE IS HET KOESTEREN VAN DE ILLUSIE

*

Tegenwoordig zijn veel van onze lichaamsbehoeften weggezuiverd uit het sociale leven. Deze worden achter gesloten deuren beleden (of in nog Vlaemschere termen; achter rolluiken) en we worden in ons sociale spel zelfs aangeraden te loochenen dat onze lichamen deze behoeften kennen. We zetten het masker van de ontkenning van onze lichamen op. En schaamte is dan geen gevolg van het feit dat mensen erachter komen dat we een spel spelen (want dat weet iedereen, uit eigen ervaring) maar van het feit dat (‘door omstandigheden’) de andere spelers erachter komen dat wij er niet in slagen het spel volgens de juiste spelregels vol te houden.

*

Wij slagen erin de spelregels te volgen wanneer wij enkele minuten in een lift staan, maar diezelfde regels worden onhoudbaar wanneer de lift vast komt te zitten en wij enkele uren lichamelijk in dezelfde ruimte moeten verkeren.

*

Zie ook: de schaamte van een niet of slecht afgesloten openbaar toilethok.

*

Zie ook: de schaamte van de goede huisvader voor zijn internetgeschiedenis.

*

Autobiografisch intermezzo:

De schaamte van het gepeste jongetje ten opzichte van zijn ouders en de schaamte van de ouders voor hun gepeste zoon.

Waarom slaagt hij/hun zoon er als enige niet in het spel succesvol mee te spelen?

*

Intimiteit is dus het tonen van de eigen onmacht het spel succesvol mee te spelen. Dit kan gedwongen (zoals in de lift), maar echte intimiteit behelst de keuze deze onmacht vrijwillig aan de Ander te tonen.

*

Laten we het over seks hebben. Seks houdt soms de mogelijkheid tot intimiteit in, maar dit hoeft niet altijd zo te zijn.

*

Bekentenis die post-coïtaal aan mij werd afgelegd:

‘Ik ben meer geïnteresseerd in jou dan in seks.’

*

Ik heb heel wat vriendschappen verloren door seks. In mijn autobiografie zal dit hoofdstuk ‘Van de ezel en de steen’ heten.

*

Recentste voorbeeld: Er was een jongeman die ik had leren kennen in een professionele omgeving. Onze contacten waren altijd genoeglijk. Wij waren geen vrienden, maar hadden goede gesprekken die veelal niet over onszelf gingen. Wij praatten over muziek, kunst, film en al die dingen waar je met collega’s over praat. Enkele maanden geleden was er een bedrijfsfeest. Hij werkte daar nog. Ik was ondertussen buiten gegooid, maar was erin geslaagd mezelf voor dit feest uit te nodigen. Het feest was amusant en na afloop belandden wij met elkaar in bed, of in dit geval op de zetel. De seks was niet al te best (ik wil daarvoor de ‘schuld’ op mij nemen; ik was te dronken) en ik heb nooit het gevoel gehad dat wij door met elkaar het bed te delen intiemer zijn geworden. Ik had nog steeds niet de behoefte om hem te bellen en met hem over mijzelf te praten. En hij, naar ik vermoed, ook niet. Het was seks. Dronken, niet al te beste seks. Met intimiteit had dit an sich niets te maken.

*

Maanden later (op het moment dat ik dit schrijf; enkele weken geleden), komen we elkaar voor het eerst weer tegen. Wederom in professionele omstandigheden. We hadden elkaar sinds de laatste nacht niet meer gesproken of gezien. En ondanks de drukte van het moment, merkte ik reeds na luttele seconden dat hij zich ongemakkelijk voelde in mijn aanwezigheid, dat hij moeite deed niet in mijn buurt te zijn, dat hij ostentatief op een veilige afstand zijn sigaretten rookte.

*

Was de seks voor hem dan wel intiem geweest? Bekeek hij mij nu als een bedreiging voor het beeld dat hij anderen (en zichzelf) wilde voorhouden? Kon het spel van gemoedelijke conversatie over niemendalletjes niet meer gespeeld worden omdat ik (fictief voorbeeld) wist hoe de constellatie van sproeten op het linkerdijbeen onder zijn designerbroek er uitzag? Had dit alles te maken met de kwaliteit van de seks? Of begreep ik gewoon nog steeds niet in hoeverre seks en intimiteit voor anderen wel degelijk onlosmakelijk verbonden zijn? Zoals reeds gezegd: van de ezel en de steen.

*

Tegenvoorbeeld: ik was enkele maanden geleden in Barcelona. Uit eenzaamheid downloadde ik Tinder. Ik sprak af met de eerste de beste match en nadat de angst om beroofd en/of neergestoken te worden weggeëbd was, beleefde ik één van de mooiste nachten uit mijn leven. We praatten urenlang over Beyonce, Beckett, Antigone en Wagner, maakten de naadloze overstap naar onze privélevens en nadat de zon alweer opgekomen was, vielen we loom en uitgeput in elkaars armen voor seks die door vermoeidheid nauwelijks nog seks genoemd kon worden. Ook deze keer had onze lichamelijk omstrengeling niet veel met intimiteit te maken. Zij kon niet intiemer zijn dan het gesprek dat wij zonet urenlang gevoerd hadden. Zij was slechts de logische epiloog van deze nacht. Een bevestiging van alles wat daarvoor reeds op tafel was gelegd. Onze woorden werden vlees.

*

Dit laatste is denk ik wat Zij bedoelde toen zij verklaarde meer in mij dan in seks geïnteresseerd te zijn geweest.

*

Ach, Zij! Mijn eerste grote liefde. ‘Nu nog’. Higschool sweethearts. Wanneer ik aan haar denk, komt onvermijdelijk de boutade van Proust ‘L’amour est un exemple frappant du peu qu’est la réalité pour nous’ bovendrijven. Met haar is het begonnen en met haar zal ik vandaag eindigen.

*

Tot op heden is zij de enige met wie ik waarlijk intiem ben geweest. Als liefde echt meer met jezelf tonen dan naar de ander kijken te maken heeft (ik parafraseer Hanna Bervoets in Ivanov) dan was wat wij hadden waarlijk liefde. Ik toonde haar alles, had het verlangen haar alles te laten zien: mijn complete onmacht het spel te spelen en alle mechanieken waaruit mijn sociale masker bestond.

*

Wij zijn er een tijdje in geslaagd het spel samen te spelen. Eén masker voor ons beiden op te trekken. Maar zoals het alle jeugdliefdes betaamt, waren wij niet klaar voor zulke grote emoties. Zes jaar lang hebben we het geprobeerd; onze liefdesdood was alles behalve ‘mild und leise’.

*

De (zoveelste) laatste keer dat wij elkaar zagen, werd mij duidelijk hoe intimiteit ook iets van voorbijgaande aard is. Wij herkenden elkaar niet meer, wisten niet meer volgens welke nieuwe regels elk van ons beiden het spel nu speelde. Wij bleven vasthangen aan de maskers die we van elkaar kenden, zonder in te zien dat er nieuwe mechanieken in het spel van kracht waren. Wij frustreerden elkaar en besloten (een aantal keer) dat er geen plaats meer in onze huidige levens was voor wat wij ooit hadden gedeeld, waren geweest.

*

De workshop voor the Common People van Jan Martens die de katalysator voor deze notities was, begon met een oefening die, sinds de beelden van Marina Abramovic en Ulay, menig repetitieproces op gang getrokken heeft (ik heb zelf ook boter op het hoofd!). Twee mensen zitten over elkaar en kijken elkaar enkele minuten strak in de ogen.

*

Ik probeerde mezelf over te geven aan het nu, het ondeelbare heden waarop de performancefilosofie van Abramovic gebaseerd is, maar ik voelde mezelf onvermijdelijk afdrijven. Het enige waaraan ik in die lange minuten kon denken was de kleur van Haar ogen. Ik wist dat zij blauw waren geweest (en vermoedelijk nog steeds zijn), maar ik kon me niet herinneren welke tint, welke nuance blauw. En ik schaamde mij omdat ik niet meer kon voldoen aan de regels die ik mezelf had opgelegd in het spel dat heet ‘mijn eerste grote liefde’.

——————————————————————————————-

 

Nu ik in deze notities de eerste aanzetten heb gegeven, kan ik mij in het volgende deel richten op intimiteit in het theater. Wederom zullen er omwegen gevolgd moeten worden en vooralsnog denk ik dat deze zullen bestaan uit Facebook en porno en Mount Olympus.

Maar ‘[w]e gaan zien. Wij gaan zien. Toch.’

 

Pin It

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *