“Lange dagreis naar de nacht”

by • 13 oktober, 2013 • Tekst, VerslagComments (0)2303

 “Lange dagreis naar de nacht” werd in 1941  geschreven door de Nobelprijswinnaar Eugene O’Neill en dit seizoen op scène gezet door Ivan van Hove en zijn toneelgroep Amsterdam. Drie dagen op rij konden de bezoekers van de Singel het stuk gaan bekijken.

Een gebroken familie. Ze proberen zich voor te stellen hoe het is om niet gebroken te zijn. “Ik geloof in je, ik vertrouw  je, ik ben zo blij dat je weer thuis bent”. Maar de hoop en het verlangen naar samenhang kan de scherven niet lijmen. Er is pijn, er zijn verwijten, er is schuld, er is verdriet. Er is een morfineverslaving, er is whisky voor al wie niet op die morfineverslaving  wil letten, er is tbc, er is  ziekelijke jaloezie. En meer. En nog. En opnieuw. En weer.  Waarom  steeds alles herhalen wanneer er toch niemand is die luistert? Het is de liefde die niet wil lossen, ze bindt dit gezin genadeloos aan elkaar.  De dag is een wachten op de nacht, een wachten op de mist waarin je kan verdwijnen.

De scenografie van Jan Versweyveld is adembenemend mooi. Het lijkt wel een schilderij, eentje in de trant van Hopper.  Er zijn geen stoelen op scène te bekennen, de personages zwerven rusteloos rond. Er ontstonden prachtige composities. En wat een acteurs! En wat een prachtige tekst. Bijna drie uur lang neemt dit stuk de tijd om jou deel te maken van deze familie. Aanvankelijk ben je een gast in een liefdevol gezin, geen vuiltje aan de lucht.  Maar hoe langer je blijft hoe meer barsten de schone schijn vertoont. Hoe meer de scherven jou snijden. Uiteindelijk voel je je net als de gezinsleden gevangen, gefrustreerd en verlaten.

“The fog was where I wanted to be. Halfway down the path you can’t see this house. You’d never know it was here. Or any of the other places down the avenue. I couldn’t see but a few feet ahead. I didn’t meet a soul. Everything looked and sounded unreal. Nothing was what it is. That’s what I wanted—to be alone with myself in another world where truth is untrue and life can hide from itself. Out beyond the harbor, where the road runs along the beach, I even lost the feeling of being on land. The fog and the sea seemed part of each other. It was like walking on the bottom of the sea. As if I had drowned long ago. As if I was the ghost belonging to the fog, and the fog was the ghost of the sea. It felt damned peaceful to be nothing more than a ghost within a ghost.” Eugene O’Neill, “Long  day’s journey into night” (1942)

Hopper, nightawks

Edward Hopper, Nighthawks (1942)

 

Pin It

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *