LABO #4 (24/02/2013)

by • 24 februari, 2013 • TekstComments (0)1566

Samen met heel wat andere mensen die zin hadden in gratis jong talent, schuifelen een vriendin, die ik met datzelfde argument had meegesleurd, en ik tot tegen de muren van de muziekstudio. Links en rechts zit het vol, de muzikanten verdwijnen er tussen de toeschouwers en dus zetten we ons vooraan op de grond. Laptopquartet. ‘Oh da’s tof gevonden’ denk ik. Achteraan in de muziekstudio staan de laptops op een lange tafel. De maffe krulletjes of kale schedel van hun bedieners zijn nog net zichtbaar achter het grijze vlak met lichtgevend appeltje. Wanneer het licht uitgaat, schiet er van de jonge dansers die even daarvoor op de grond lagen te stretchen, niet veel meer over dan een kudde zwarte silhouetten die de laptopweirdo’s op veilige afstand van het publiek houdt. Piepkraakblibliblippipatskraaboemppliepliepliblitidi. En dat alles door een dirigent gedirigeerd.

 

De beurt is aan de studenten dans. ‘Oef’ denk ik. En ‘Oe, leuk, die casual kledij, al die Allstars.’ Maar al gauw ga ik op zoek naar blote buiken die bij het random rollen tevoorschijn komen en kijk ik uit naar de cambrés omdat ik dan kans heb een rug onder de losse T-shirts te spotten. Een jogging broek is niet casual, die is saai. Ik wil hun mooie benen zien. Ik geniet ervan de studenten te zien worstelen met het moment. Of is dit geen improvisatie? De studenten genieten ervan ons te zien worstelen met deze vraag. Al bij al leek het me simpelweg een interessantere ervaring een van de dansers te zijn. Op weg naar huis meende ik echter in het geluid van mijn dynamo iets uit het laptopquartet te herkennen. In mijn hoofd improviseerde ik mee. Ik paste er mijn trapbeweging bij aan.

 

Maar vooraleer ik fietsend de sneeuw trotseerde op weg naar huis, was er nog de witte zaal. Daar ijsbeert Daniel Linehan over het podium, omSingeld door muzikanten. De artiste associé associeert. Hij danst minimalistische tekeningen na. Zijn bewegingen zijn daarom niet zo. Ik volg oprecht geïnteresseerd welke arm welke lijn voorstelt. Hij keert ons een kwartier lang de rug toe, zijn ogen strak op het projectiescherm gericht. Het is vast improvisatie. Nu begint het bij mij te dagen: ook de muzikanten, ogen op het scherm, laten zich leiden door het rode of blauwe kleurpotlood. Wederom: we get it, laat ons nu proberen. Deze recensie had passender geweest als ik Paul Van Ostaijen was. Het  experimentele in de muziek is me er te veel aan. Het lukt me niet voorbij de boempatskletspiepkraak te luisteren.

 

Een aantal verdiepen hoger of lager – ik heb me nog nooit zo diep in het grote deSingelgebouw bewogen- is het even aanschuiven. Eens binnen in de balletzaal wordt duidelijk waarom: het aantal plaatsen is beperkt. Er staat één enkele rij stoelen, en dan nog wel richting spiegel gekeerd (vandaar mijn vermoeden dat het de balletzaal zou kunnen zijn.) Het is er donker, op het blauwe en rode licht van enkele stervormig gespreide TL-lampen na. Mijn vriendin en ik nemen plaats op de stoelen, onze neus nog geen halve meter van ons spiegelbeeld verwijderd. We zien onze reflecties elkaar een blik toewerpen: ‘Dit komt niet goed.’ Al het licht valt uit. ‘Aaaaaaaaaaaaarchhhh’ roept een studente woord (neem ik aan). Het doet me denken aan het schrikeffect op het einde van het soort youtubefilmpje waar grapjassen een zombie en een aaaaaaarch laten volgen op het beeld van een schattig katje of zo. We weten dat het flauw is, maar onze lach inhouden was op dat moment geen optie. Ik voel mijn vriendin schokken op haar stoel en ik schok mee. Met onze handen veel te hard op onze mond gedrukt, produceren we enkel wat gesnuif, maar het is meer dan voldoende om elkaar de hele opvoering lang te blijven aansteken. Naast mij zit een oud koppel, heel oud. Ik vraag me af of de actrice misschien hun kleindochter is en hoe ze deze kermisrit ervaren. Het licht flikkert. Met andere woorden: om de seconde zie ik het gezicht van mijn vriendin, die tevergeefs haar lach voor zich probeert te houden. Na afloop feliciteert een man het roepende meisje: het knapste wat ie vandaag al gezien had. ‘Oef, ons onvolwassen gedrag heeft niets verpest’ praten we onszelf goed.

 

Tenslotte de theaterstudio. Vier muzikanten voorzien een film van Hans Richter van klank: Piepkraakblibliblippipatskraaboemppliepliepliblitidi. ‘Oh komaaaan!’

 

(Na afloop dan toch nog de architectuurtentoonstelling van Junya Ishigami bezocht. Wauw.)

 

Flo Van Deuren 2013

TheYoungOnes

Pin It

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *