Dagboek Tiemen Mind the Book

by • 7 maart, 2013 • Tekst, VerslagComments (0)1876

Afgelopen donderdag tot afgelopen zondag vond in deSingel het Mind the Book festival plaats. Een festival vol filosofen, schrijvers en economen. Denkers die hun ideeën, vaak naar aanleiding van een net verschenen boek, in de vorm van een lezing of gesprek ventileerden. Reporter Tiemen Hiemstra was alle dagen aanwezig en hield een dagboek bij.

Dag 1

Een gesprek over film tussen twee hooggeëerde schrijvers, Arnon Grunberg en Stefan Hertmans. Interessant, diepgravend en zeer verheffend natuurlijk. Maar toch vooral opwindend! Eindelijk iemand die mij bevestigde in dat wat al jaren heimelijk door mij hoofd heen spookt. Is Quinten Tarantino niet gewoon het prototype van een arrogante zak? Hoewel Grunberg zich iets genuanceerder uitdrukte (‘door alles belachelijk te maken, inclusief de boodschap van zijn eigen film, neemt hij ook het publiek niet serieus; stelt hij zichzelf boven het publiek’) kon de plotse felheid in zijn stem een lichte verontwaardiging niet verhullen. Hij beschuldigde Tarantino zelfs van laffe ironie.
Toegeven, ik heb onbedaarlijk gelachen bij Pulp Fiction, Reservoir Dogs, en onlangs nog Django. De scene van de ‘bearjew’ uit Inglorious Bastards is onvergetelijk. Maar er zit ook een ranzig kantje aan deze films. Door alle verwijzingen naar de geschiedenis van de cinema, de geschiedenis van de wereld, de overdadige special effects, verzandt Tarantino vaak in borstklopperij. Kijk eens wat ik allemaal kan, kijk eens wat ik allemaal weet. Elke film die hij maakt probeert die ene film te zijn die alle andere films overbodig maakt. De ultieme film. (Dat gaf hij zelfs eens toe in een interview toen hij verklaarde binnen elk genre de beste film te willen maken.) Maar hoe kan de ultieme film ooit een film zijn die alles belachelijk maakt? Die zelfs geweld niet serieus neemt en tot spectaculair entertainment reduceert? De ultieme film –voor zover zoiets al zou bestaan- lijkt mij veeleer een film die mensen niet alleen erkent in de hilarische absurditeit van hun leven, maar ze ook erkent in het verdriet over de zinloosheid ervan.
Het intrappen van heilige huisjes is en blijft een hoogst vermakelijke bezigheid (ik ben een groot Monty-Phython-fan), maar als je breed glunderend staat uit te puffen tussen de scherven en brokken puin, beweer dan niet dat je een kathedraal hebt gebouwd. Geef toe, met de Britse bescheidenheid van een John Cleese: ik ben een nar, en geen koning.

Dag 2

Vandaag niet naar deSingel geweest voor de lezing. Reden: nachtzweet. Ik heb van de nattigheid; geen oog dicht gedaan. De bioscoop durfde ik wel aan, dus ben ik naar het mini-filmfestival  geweest in cinema-zuid dat door Grunberg in het kader van Mind the Book wordt gecureerd. En O, wat ben ik hem weer dankbaar! ‘Het is funest voor de samenleving om nihilisten als Grunberg zo’n groot podium te bieden’ had iemand mij eens gezegd. De tijd dat ik dit wild knikkend beaamde lijkt definitief voorbij. Mijn oordeel heb ik opgeschort. La Consequenza del amor is de beste film die ik in tijden heb gezien. (Oudere Tiemen, jij galpissende hoerenzoon, als je dit terugleest bekijk de film dan alsjeblieft nog eens opnieuw. Je wordt er een beter mens van.) Dat hoofdpersonage! Die arme man. En tegelijkertijd ook: die benijdenswaardige man. Zoals Grunberg terecht opmerkte: hij lijkt wel een butler zonder graaf of gravin om te dienen. Maar op het einde, dient hij weldegelijk iemand, dient hij de mensheid. De mensheid is zijn graaf. Maar ook zijn graf. En ook weer niet. Want een altruïstische daad, is een eeuwige daad, omdat… Aaargh, ik kom er niet uit. Zoals altijd met goede films kom ik er niet uit. Toen ik de zaal verliet, liep ik een bekende tegen het lijf. De vriendin van een huisgenoot die wel eens over de vloer komt. We groetten elkaar, maar kregen verder niets gezegd. We namen elkaars gezicht wel op, maar konden onmogelijk een houding vinden. Dus staarden we elkaar wat schaapachtig aan. ‘Mooie film, hè’ ‘Ja, mooie film’.  Naast adem, beneemt zo’n zeldzaam goede film je ook de woorden. Waarnemen gaat nog net. Ik heb de rest van de dag alleen maar waargenomen. Ik denk dat ik zo heel vredig ga slapen.

 

Dag 3

Ik wil al jaren een blog opstarten, een openbaar dagboek (zoiets als dit). Er is slechts één probleem. Of beter gezegd, ik heb een probleem. Ik ben bang. Bang om in eigen ego te verzuipen en aan te spoelen op het strand van de Eeuwige Zelfgenoegzaamheid. Een niet-narcistisch blog. Bestaat er zo iets als een niet-narcistisch blog? Lastig. Als iemand op facebook een instagramfoto van een cappuccino plaats met de daaronder de boodschap ‘Lekker cappuccino drinken met Sara <3’ dan noem ik dat exhibitionisme. Dat wat privé is publiek maken in de hoop op bevestiging van de buitenwereld, in de hoop op likes. I like the way you live. Terwijl iemand die een zeer geestige column over haar gestolen fiets op facebook plaatst zelden als exhibitionist wordt bestempeld. Het moet mogelijk zijn, een niet-narcistisch blog. Maar de wens een niet-narcistisch blog te beginnen komt natuurlijk op zijn beurt weer voort uit de angst voor narcist uit te worden gemaakt. Ook bescheidenheid is een vorm van eigenbelang. Een onoplosbare discussie zo lijkt het. Toch werd ik even heel blij tijdens het gesprek tussen filosoof Rob Wijnberg en journalist Joris Luyendijk. Ze gaven mij het inzicht dat internet meer is dan de uitlaatklep van het ego. Het is vooral het land van de mogelijkheden. Interdisciplinair, dynamisch, etc. etc. Ze spraken niet eens over blogs bijhouden, ze spraken over de toekomst van de journalistiek. Maar de bevlogenheid in hun stem herkende ik meteen. De bevlogenheid van mensen die vechten voor de toekomst. Niets zo besmettelijk als de bevlogenheid van een mens dat vecht voor de toekomst. Het stak mij aan, en plotseling wilde ik een blog beginnen.

Dag 4

De lezingen konden mij vandaag niet echt boeien. Misschien bestaat er wel zoiets als een bevliegingslimiet. ‘Het spijt  ons, u hebt uw bevliegingskrediet overschreden. Wacht tot volgende week met het opvragen van meer bevliegingen’. Wel heb ik mij kostelijk vermaakt met de vergelijking van econoom Tomáš Sedláček tussen Gollum uit Lord of the Rings en de hedendaagse economie. Vroeger was het Gollum om de magische kracht van de ring te doen, later wilde hij de ring enkel nog om het ding zelf. Vervang het woord ring door geld en je hebt het idee.
Vlak voor een lezing van Paul Verhaeghe –toen mijn ogen al halfdicht vielen- kwam ik een vriend tegen die naar eigen zeggen enkel naar hier was gekomen om de psychoanalyticus te ‘bashen’. We hadden een uiterst vermakelijke discussie over de gevaar van intuïtie bij wetenschappelijk onderzoek en de zelfgenoegzaamheid van de psychoanalytica. Zonder uitkomst uiteraard. Wel waren we het eens dat een goede therapeut zijn patiënt niet helpt aan een oplossing, maar hem zelf aanspoort tot het zoeken van een oplossing. Die overeenstemming was voor ons beiden een heugelijk moment. Maar vijf minuten later volgde reeds de depressie. ‘Zelf de oplossing zoeken’ is natuurlijk één de oudste klinisch cliché denkbaar; alles behalve nieuw. Hoe tragisch is het dat alle denkende mensen op deze planeet elke dag opnieuw precies hetzelfde bedenken als gister in de stellige overtuiging iets nieuws te hebben bedacht. We zijn allemaal zo afschuwelijk intelligent.
Ik zei de vriend gedag en sprong op mijn fiets om op huis aan te gaan.  Samen met een mij onbekende vrouw wachtte ik bij het kruispunt voor deSingel op het stoplicht. Ze ademde zwaar, maar niet van uitputting, ze leek het eerder wat benauwd te hebben. In de hele, wijde omtrek, die zich naar alle windrichtingen wel honderd meter uitstrekte, viel geen auto te bekennen. Het begon al te schemeren. Op het gehijg van de vrouw na was het helemaal stil. Ik vroeg me af of zij op haar beurt ook naar mijn ademhaling luisterde. Ik kreeg het gevoel van wel. Moest ik haar iets vragen, moest ik een blik van verstandhouding met haar uitwisselen? De intimitiet groeide alsmaar groter naarmate het licht langer op rood bleef staan. Ik kreeg bijna de neiging om haar aan te raken. Ik dacht: wij kunnen elkaars bestaan toch niet ontkennen?! Het licht sprong op groen. Zij sloeg links af, ik reed rechtdoor. Wat een vreemd moment, wat een vreemde gedachten.

Pin It

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *