BACKSTAGE BIJ BRAEMPRAAT I: Braembabbel met de makers

by • 28 september, 2018 • TekstComments (0)688

In de achterkamers en coulissen van deSingel broedt sinds enkele weken een nieuwe voorstelling: Braempraat. Een muziektheatervoorstelling geïnspireerd op Het Lelijkste Land ter Wereld, een boekje uitgebracht in 1968 door één van de grootste architecten van dit land: Renaat Braem. U kent hem misschien van de Braemblokken op het Kiel, het paviljoen in het Middelheimmuseum, of het administratief centrum van de politie, de politietoren, op de Oudaan.

 

Maar Braem was veel meer dan een architect. Hij was een begenadigd spreker, een eloquente schrijver, een gepassioneerde activist, en bovenal een echte idealist. In Het Lelijkste Land ter Wereld bundelde hij zowel zijn aanklachten en zorgen over (het gebrek aan) ruimtelijke ordening in België, als een blauwdruk voor hoe we wél de toekomst in kunnen gaan.

 

Een gesprek met de makers over Braem & Braempraat.

 

© Dirk Bielen

 

 

Steven Taelman – muziek

 

Van waaruit ben je vertrokken voor de muziek van de voorstelling?

Taelman: Ik ben vertrokken vanuit het idee dat 1968 geen rooskleurig jaar was, wat versterkt werd door Braem zijn standpunten en visies, waardoor de muziek een heel beladen sfeer krijgt. Na veel research te hebben gedaan naar muziek uit deze periode, ben ik elementen gaan combineren die op het eerste zicht helemaal nooit samen zouden kunnen passen, maar door stevig samplingwerk en eigen toevoegingen heb ik een collage kunnen creëren waar ik best tevreden over ben. Al deze zaken zijn vertaald naar een modern geheel dat ik in een elektronisch jasje heb omhuld.

 

In hoeverre heeft Braems werk je (al dan niet) geïnspireerd voor je muziek?

Taelman: Braem’s werk is in mijn ogen robuust én sierlijk tegelijkertijd. Ik vond dat de muziek dit zeker ook moest weerspiegelen, dit vond ik nog het moeilijkste van al.

 

Welke geluiden/samples heb je zoal verwerkt in de voorstelling?

Taelman: Het zijn er echt zodanig veel dat ik het haast moeilijk kan opsommen. Een tipje van de sluier:

De melodie van “Initials B.B.” van Gainsbourg, een synth-cover van de intro track uit Kubrick’s “2001: A Space Oddyssey” (Also Sprach Zarathustra van R. Strauss), dialoog uit “Rosemary’s Baby” van Polanski, “Hey Jude” van de Beatles, een interview met Renaat Braem zelf, stukken uit het oratorium “Das Floss Der Medusa” van H. W. Henze, allerlei radioberichten, het prille beginwerk van Kraftwerk – toen ze nog overduidelijk uit de Krautrock beweging kwamen, een sax solo van Anthony Braxton, zen muziek van Tony Scott, een eigen gereharmoniseerde versie van Gymnopédie N°1 van Satie – wat uit de film “Histoire Immortelle” van Orson Welles komt, “Atlantis” van Donovan, het tweede strijkkwartet van Ligeti, “Inside The Taj Mahal” van Paul Horn en stukken uit de originele opname uit ’68 van de musical “The Canterbury Tales”. Misschien moeten we overwegen om een wedstrijd te maken waarin iedereen mag zoeken naar elementen uit 1968. Het zou alleszins een leuke extra dimensie toevoegen aan de voorstelling!

 

 

Koen Van Bockstal van architectenbureau BULK – decor

 

Hoe kijken jullie, als architectenbureau, vandaag terug op Braem en zijn ideeën?

Van Bockstal: Renaat Braem was een veelvraat. In zijn lange carrière zocht hij naar een veelheid aan varianten in wat hij zelf noemde “de kunst van het organiseren van het menselijk milieu ten behoeve van een zo groot mogelijk aantal mensen”. Braem was en wilde dus niet elitair zijn, maar verbond zijn architectuuropvattingen aan een brede maatschappelijke ideologie en aan een oprecht engagement. Door te bouwen, te doceren, te babbelen (veel!) en te schrijven wou hij mensen beter maken. Hij was een amateur, in de twee heerlijke betekenissen van het woord: een onvoorwaardelijke liefhebber én een getalenteerde reizende zoekende speelvogel.

 

Resoneren zijn vragen en bezorgdheden nog steeds of zijn ze verouderd?

Van Bockstal: Zijn ideeën inspireren ons en ze zijn pijnlijk relevant, net omwille van die twee uitersten, ergens tussen het demagogische manifest en het aandoenlijke van de (gedeeltelijke) realisatie ervan. In 1991 interviewden we hem als jonge studenten, waarbij hij ons als afscheid vertelde dat hij een droom had. Hij droomde dat zijn gebouwen konden zingen. En dat de mensen het zouden willen horen. Braem publiceerde “Het lelijkste land ter wereld” in 1968. Het was een dapper boekje, met een missie. Hij oogste een storm van kritiek en kreeg tegelijk veel lof. Het boekje had toen en heeft nog steeds iets vooruitstrevends en anachronistisch tegelijk. Zijn profetieën zijn alleen maar relevanter geworden, en de problemen die hij aankaartte, zijn vaak nog drastisch verergerd. De verrommelling van de ruimte, congestie, fijn stof, de consumptie van de open ruimte en de natuur zijn er alleszins niet op vooruit gegaan. Misschien is de aandacht voor het vermogen van stedenbouw en architectuur wel verbeterd, ook in de publieke opinie.

 

Kun je iets meer vertellen over het decor, en hoe het tot stand is gekomen?

Van Bockstal: We hebben het decor ontworpen als een facsimile van een gedeelte van de achtergevel van de eigen woning van Braem in de Menegemlei in Deurne. Die achtergevel is een wat vreemde constructie die een baksteengevel combineert met een skeletstructuur. De gevel heeft de kwaliteit van een bas-relief , met subtiele dieptewerking en bestudeerde verhoudingen, iets wat we op de scene hopelijk kunnen benutten. Als een stalen opengeplooide paravent bepaalt dit stukje architectuur voor en achter en definieert het zo de ruimte op een heel basale manier. Het is een te klein gebouwtje en een te grote makette, ergens tussen droom en daad. Op schaal ½. Het vormt een projectiescherm voor de foto’s van Filip Dujardin, die tijdens de voorstelling worden geprojecteerd. Het staalbedrijf FACIM uit Essen heeft het decor heel vakkundig en consciëntieus- op basis van onze opmetingen- uit dunne staalplaat geplooid, gelaserd en gelast. Zo ontstaat een illusie van massa, hoewel het staal maar 4 mm dik is. Het decor is volledig recupereerbaar en gebruikt zo weinig mogelijk materiaal voor zoveel mogelijk volume, als een fysieke afdruk van de ideëen van Braem.

 

 

Filip Dujardin – fotograaf

 

Als Belgische architectuurfotograaf, wat vind je van Braems statements over de Belgische ruimtelijke ordening in Het Lelijkste Land ter Wereld?

Dujardin: Ik kan mij volledig vinden in zijn verontwaardiging over het verkavelen van de openbare ruimte zonder duidelijke planning en visie omtrent natuurbehoud. Opvallend is dat zijn commentaren van toen nog steeds erg relevant zijn en Vlaanderen met uitbreiding België nog op vele plaatsen wordt ‘doorverkaveld’.

 

En van het architecturele werk van Braem?

Dujardin: Vooral zijn grote woningprojecten getuigen van een diepe overtuiging om de modale man een kwaliteitsvolle woning te geven in een groene en open context. Hij plaatst de gewone man letterlijk en figuurlijk op een podium met alle theatrale effecten van dien. Zijn omgaan met vormen en kleuren staan volledig in dienst van een soort ‘volksverheffing’. In realiteit echter zie je dat deze projecten vaak vervallen tot woongetto’s waar de collectiviteit als ideaal niet echt werkt.

 

Hoe ben je te werk gegaan in het maken van de fotoreeksen?

Dujardin: Met het boekje ‘Het Lelijkste Land ter Wereld’ als leiddraad werden de beelden die Braem oproept en beschrijft in werkelijkheid dikwijls nog overtroffen. Ik was me natuurlijk al bewust van de diversiteit en verrommeling van België maar door er nu heel geconcentreerd naar te kijken ben ik er van overtuigd dat we een heel specifieke identiteit hebben.

 

Kijk je, na je fotoreeksen, anders terug op Het Lelijkste Land ter Wereld?

Dujardin: Vroeger dacht ik misschien iets meer in termen van een mooi en lelijk gebouw. Door Braem ben ik gaan beseffen dat het uiteindelijk niet zo relevant is hoe een gebouw er uit ziet maar wél wáár een gebouw staat in de openbare ruimte en hoe een stad en dorp zich zou moeten verhouden tot de natuur.

 

 

 

Dimitri Leue – spel

 

Hoe kijk je na je research terug op Braem?

Leue: Tijdens mijn zoektocht in het FelixArchief en VIOE kwam ik er steeds meer en meer achter wat een veelzijdig man Braem was. Bevlogen en bewogen. Een man met een missie: De wereld beter achterlaten dan hij was. Hoe mooi is dat? Dat was zijn streefdoel, niet vanuit een religie. Hij was door zijn reizen naar verre landen zeker geïnteresseerd in religies, maar zijn opvoeding was bijzonder anti-kerk en hij werkte liever voor klein Pirreke dan voor God. Vanuit een humane solidariteit, een communistisch idealisme dat de wereld iedereen goed moet zijn. Hoewel hij het communisme ook wel heeft vervangen door Braemisme van zodra hij doorhad wat Stalin allemaal in naam van het communisme had uitgespookt. Ik ben tijdens mijn zoektocht ook wel een Braemist geworden. Of een Braemaan. Dat klinkt nog beter.

 

Wat trekt je aan in zijn persoon, en in zijn werk?

Leue: In zijn persoon trekt me zijn eindeloze energie en inspiratie aan. In zijn werk zijn totale overgave. Zijn perfectionisme en zijn lef om te experimenten. Hij heeft een bijzonder knap evenwicht tussen berekende, uitgekiende, ingenieuze vondsten en organische, gedurfde vernieuwingen. Hij was ook een visionair in zijn werk.

 

Voel je affiniteit met hem?

Leue: Ach. Ja en nee. Ik ben geen Braem. Maar ook wel een schepper net als hij. En ik heb ook dat niet te doven vuur om verandering te weeg te brengen. Bram Vermeulen leerde ons dat een steen in een rivier verleggen bijzonder nobel is. Braem gebruikte meerdere stenen en beton. Ik probeer het met woorden en beelden. In een rivier hebben ze weinig te zoeken. Maar geloof me dat sommige woorden tegen de rivier in kunnen gaan en hem soms zelfs van richting doen veranderen. Heel soms. Ik zal uiteraard nooit een Stomme van Portici maken. Ik wil geen revolutie in ons land. Ik wil een revolutie tegen onze eigen gemakzucht, onze onverschillige gelatenheid, onze oogkleppen die ons laten geloven dat wij toch niets kunnen veranderen. Maar wij hoeven ook niets te veranderen. We zouden uiteraard wel zelf kunnen veranderen. En dat is niet niets.

 

Braem schreef, tekende, schilderde, preekte. Welk deel van zijn werk spreekt jou het meest aan?

Leue: Zijn gebouwen spreken me het meeste aan. Zijn gezinswoningen vol verrassingen en zo één met hun omgeving. Maar ook de bibliotheek van Schoten, het rectoraat van Brussel, de Arenawijk, het Kiel,.. kortom zijn gebouwen. En hoe meer je erover leest en opzoekt, hoe knapper ik ze vind. Een schat waarin je kan zwemmen. En wat met het meeste aanspreekt, is zijn onvoorwaardelijke liefde voor Elza, zijn vrouw. Hij leefde van liefde.

 

Vanwaar de samenwerkingen met Steven, Filip en BULK?

Leue: Steven Taelman is een wizard-composer. Hij kan heel goed ideeën omzetten in klanken zonder het te verkleuteren. Zijn zoeken naar de architectuur in muziek leverde bijzonder knappe stukken op. Filip Dujardin werd me aangeraden door de voormalige Bouwmeester Peter Swinnen. Ik ben bijzonder blij zo’n straffe kunstenaar te leren kennen. Een man die vergroeid is met zijn passie. Architectuur, beelden en foto’s. Een kunstenaar pur sang die niet zal stoppen voor hij heeft wat hij wil. BULK is een architectenbureau waarmee ik al verschillende voorstellingen heb gemaakt. Ik wist dat Koen Braem nog had geïnterviewd als student. Het was werkelijk in de sterren geschreven dat ik hen moest vragen voor deze voorstelling. Ik ga niet zeggen dat BULK een nieuwe Braem is, neen, want zij zijn een collectief en dat is eigenlijk nog meer Braem dan Braem zelf.

 

Wat hoop je dat de mensen overhouden van Braem na je voorstelling?

Leue: Van Braem mogen ze overhouden wat ze willen. Ik wil vooral dat ze hebben genoten van de woorden-, klanken- en beeldenstroom die maar één richting uitwil; Bewust leven. Aanwezig zijn in het moment. Geen slaapwandelende, geconditioneerde kunstliefhebbers maar wakkere, kunstzinnige mensenliefhebbers. Ach, je mag niet teveel willen. Ik wil dat ze komen. Als ze er zijn, maken ze hun eigen verhaal, beleven ze hun eigen voorstelling en nemen ze mee wat ze zelf willen.

Pin It

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *