Bach Cellosuites Anne Teresa De Keersmaeker en Jean-Guihen Queyras. Een gesprek met celliste Yunah Proost

by • 9 februari, 2019 • Geen categorieComments (0)537

© Anne Van Aerschot

‘Mitten wir im Leben sind’,
een interpretatie van de cellosuites van Bach
volgens Anne Teresa De Keersmaeker en Jean-Guihen Queyras, was midden januari 2019 te zien in deSingel. Iedereen die de voorstelling zag, zal ongetwijfeld de danstaal hebben bewonderd. Met haar dansgezelschap Rosas durfde De Keersmaeker een uiterste complexe partituur van Bach om te zetten in een glorie van beweging. Maar complex is het wel gebleven. Het is niet verwonderlijk dat er figuurlijke vragen door het hoofd dwalen na deze inspirerende voorstelling gezien te hebben. Het leek mij de uitgelezen kans een jonge celliste met expertise aan het woord te laten over haar ervaring en bewondering voor cellist Jean-Guihen Queyras waar ze een masterclass bij volgde. Yunah Proost is een merkwaardige jongedame die ik via de muziekacademie “Muzarto” in Kalmthout ken, waar onze moeders collega’s en pianodocenten zijn. We komen beide uit een muzikaal nest en de context van deze voorstelling vormde de perfecte gelegenheid om elkaar na verloop van jaren terug te ontmoeten. Yunah is een bedrijvig talent en was moeilijk te strikken voor dit gesprek (vaak onderweg van Antwerpen naar Keulen en terug). Haar vragen zijn mij per geluidsopname toegestuurd met karakteristiek achtergrond geluid van voetstappen op kasseien, internationale omroepen in een treinstation en lichte achtergrondmuziek. Om te beginnen heb ik haar drie kalibratie vragen gesteld, die ik op prozaïsche wijze aan elke creatieve ziel zou willen stellen. Ze helpen een aantal eigenschappen van iemand te verkennen en ruimte voor vakjargon te geven onder voorwendsel van simpele ‘ijking’ vragen. Met toewijding omarmde Yunah deze vragen met een bezielde uitkomst tot gevolg.

 

Yunah Proost

Ze startte haar opleiding aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen in 2014 in de klas van Justus Grimm,
waar ze in 2017 met glans haar bachelor in de muziek behaalde.
Vorig academiejaar deed ze een ambitieuze Erasmus ervaring op in Londen bij David Cohen,
die een reputatie heeft opgebouwd als één van de meest charismatische en spannende jonge cellisten van deze tijd.
Dat was een fantastische ervaring, maar Yunah is ook blij om nu terug in Antwerpen te zijn
en voelt hier tijdens haar laatste masterjaar cello erg gunstige wind.
Ze is bevlogen en erg geïnspireerd om samen te werken met kunstenaars uit andere genres en disciplines.
Ze was celliste bij ‘Other tales from the Underground’ (2016), een choreografie van Johnny Lloyd (USA).
Met het Ignis Quartet trad ze in een choreografie van Sidi Larbi Cherkaouien Damien Jalet,
georchestreerd door Iris Bouche (2016).
Al van jongs af aan heeft ze een passie voor kamermuziek.
Zo maakte ze deel uit van de Ignis Quartet (BE), de Dréme Quatet (UK),
ze werd gecoached door leden van het Fine Arts Quartet,
Artis Quartet Vienna en de Prazak Quartet. Met de Dréme Quartet won ze de tweede prijs
bij de Cavatina Intercollegiaal strijkkwartet competitie in 2017.

 

© Jason Asare

 

 

 

 

 

Yunah, wat is jouw favoriete vorm?

Wandelend op straat, besef ik wat voor een fantastische vraag je mij stelt, Lisa.

Het is echt een vraag waar ik even over na wil denken. De vorm van muziek, komt het eerste in me op. Maar vorm klinkt abstract in muziek omdat het niet meteen een fysieke outcome heeft. We kunnen het wel inbeelden, maar het heeft geen vertoning zoals bij dans en andere fysieke kunsten als schilderkunst en beeldhouwkunst. Als ik in fysieke vorm moet antwoorden dan neig ik te zeggen dat ik alle ronde vormen leuk vind. Nu ik op straat rondloop, merk ik hoe gehoekt dat alles verschijnt in de architectuur.

Met betrekking tot muzikale vormen als genres en meer specifiek in toepassing op de cello suites zou ik kiezen voor de Sarabende als mijn favoriete vorm. Deze oude Mexicaanse dans komt veelal voor in barokke suites en veel cellisten hebben hun hart eraan verloren. Ze zijn fantastisch om te spelen en te interpreteren. De muzikale zetting van deze dans is homofoon, waarbij de vaak met ornamenten versierde melodie eindigt op de tweede tel, dat is het moment van bijtrekken van de ene voet na de slotpas. Dat is ook naar voor gekomen in de voorstelling. Dat steeds de Sarabendes een diep en sereen moment waren in het stuk.

 

Mijn leraar zegt: “Uw cello is uw thuis.”

Dat wordt meer en meer werkelijkheid.

Het is een plaats waar ik altijd kan terugkomen en waar ik

thuiskom.

Vooral, als ik dat specifiek moet zeggen:

op de vierde positie op de laagste snaar.

 

Wat is jouw favoriete pose? Een pose waarin jij je graag bevindt of waarin je ontspanning vindt?        
Een pose die ik graag en vaak aanneem is uiteraard al zittend achter mijn cello. Die vraag past erg onbewust goed in de thematiek van dit gesprek. Ik ben voortdurend op zoek naar een ontspannen pose als ik aan mijn cello zit. Mijn leraar zegt: “Uw cello is uw thuis.” Dat wordt meer en meer werkelijkheid. Het is een plaats waar ik altijd kan terugkomen en waar ik thuiskom. Ik zou ze zeker nemen als pose. Vooral, als ik dat specifiek moet zeggen: op de vierde positie op de laagste snaar. Dat is mijn favoriete pose.
Een yogapose of ontspanningspose apprecieer ik ook regelmatig. Ik lig heel graag op mijn rug met mijn benen achter mijn hoofd. Dat doe ik dagelijks om tot rust te komen. Tijdens de masterclass met Queyras hebben we veel over houding gesproken omdat dat iets is waar we hard aan werken. Het valt erg op aan hem als cellist hoe ontspannen en beheerst hij achter zijn cello zit. Hij heeft het aan alle leerlingen proberen mee te geven om je houding met schouders helemaal open gesteld te onderhouden. En zoals een acteur je klank projecteren naar het publiek. Ik vond het prachtig om zien tijdens de voorstelling zelf, hoezeer hij dit meester is.
Ik werk zelf ook regelmatig samen met dansers. En het is boeiend om te zien hoe een cellist ook een houding aanneemt zoals een danser. Het is daarom essentieel om te leren om op eenzelfde manier als een danser beweging te laten prevaleren in je spel. De présénce die je als danser neemt op een podium is helemaal anders dan een muzikant die op een podium stapt. Bij een samenwerking moet een muzikant dat adapteren. En dat heeft Queyras fantastisch gedaan. De manier waarop dat hij zich zittend presenteerde, terwijl hij speelde was echt in één lijn met de bewegingen van de dansers. Dat is echt knap. Zeker als je zo een moeilijk stuk moet spelen om belang te hechten aan uiterlijke vorm. Een fijne vraag om te linken aan de thematiek van de voorstelling.

Ten derde ben ik benieuwd naar jouw laatste “immersieve” ervaring…

Wat immersief voor mij betekent- toegepast op concerten en muzikale ervaringen- ik zou zeggen dat ik zo een ervaring zou beschrijven door compleet tijd en plaats te vergeten. Het gaat altijd samen met een verliezen van waar ik ben voor de tijd dat een concert duurt. Ik heb het natuurlijk veel keer beleefd, maar de laatste keer was in Brussel toen ik naar een concert van Kayhan Kahlor ben gaan luisteren. Een bekende Kamancha speler. Hij heeft 1,5 uur gespeeld zonder te stoppen. Een speciale ervaring. Los van zo een muzikale ervaringen kan dat ook op andere momenten gebeuren, in de natuur of als je een persoon ontmoet met een bijzondere connectie tot gevolg.
Of tijdens de masterclass met Queyras, je luistert naar wat die man te vertellen heeft, je probeert dat binnen te krijgen, je vergeet hoelang het duurt en waar je bent en wie er naar je kijkt. Aan de masterclass heb ik enorm veel gehad. Het was fantastisch de manier waarop Queyras ook het publiek in elke les mee betrok. Omdat het een publieke masterclass was. Dus hij gaf echt les aan de hele zaal, met de leerling in de spotlight als voorbeeld. Hij heeft veel gesproken over boogtechniek. De rechterarm en de vrijheid ervan, wat voor mij als celliste erg belangrijk is. Het is een hele lieve man die erg enthousiast is en veel energie geeft. Erg fijn om op vriendelijke en ontspannen manier les te krijgen. Ik heb met alle andere leerlingen gesproken en was releverend, bijna een openbaring. Het concert van Queyras is uiteraard ook een goed voorbeeld van een bijzondere ervaring, maar ik was hier minder in trance omdat ik ook veel aan het denken was de hele tijd. Ik wilde het concert en de dans tot in zijn puurste vorm begrijpen.

Vervolgens enkele vragen met betrekking tot de voorstelling:
Queyras leverde een belangrijke bijdrage in “Mitten wir im Leben sind”. Hij stond Anna Theresa De Keersmaeker en haar dansers ook bij in hun muziekanalyse. Hij liet hen ontdekken hoe er onder de virtuoze bewegingen van de muziek een virtuele baslijn loopt, die heen en weer laveert tussen majeur en mineur, tussen vreugde en droefenis. De Keersmaeker vroeg hem om die baslijn uit te schrijven. Dat legde de grondslag voor de ‘vertaling’ van de muziek naar dans, naar beweging in ruimte en tijd.
Is het zo eenvoudig? Een noot is één stap, of één draai of sprong? Sprongen en draaien, spiralen omhoog en omlaag, markeren de structurele en gevoelsmatige keerpunten?

De choreografie en hoe Queyras dat mee gestuurd heeft, is niet voor de hand liggend. Wel is het erg fundamenteel wat hij mee heeft bedacht. Voor de suites is dat net wat wij, cellisten, heel ons leven lang proberen, die muziek begrijpen en een zinvol te interpreteren. En als er één meester is op dat vlak en zeker op vlak van de suites is hij dat wel. Alle opnames zijn daar een bewijs van. Hij heeft de muziek heel erg bestudeerd en is het werk eigen geworden. Het is voor de hand liggend dat hij de frasering mee stuurt. Het vraagt jaren werk om alle dansen in de muziek te begrijpen. Bij de bewegingen heeft hij een belangrijke rol gehad om mee frasering van muziek en dans samen te laten vloeien. Een hele grote uitdaging. Muziek bevat eigen taal en is abstract. De klank bestaat op zich. Het is een fascinerende uitdaging die ze zijn aangegaan.

En als er één meester is op vlak van de Bachsuites

is dat wel Jean-Guihen Queyras.

Alle  zijn opnames zijn daarvan een bewijs.

Hij heeft de muziek heel erg bestudeerd

en is het werk eigen geworden.

 

Bij het lezen en verkennen van het concept van ‘Mitten wir im Leben sind’ vroeg ik me al af: “Wauw hoe gaat die ontmoeting tussen dans en muziek eruit zien?” Voor mij persoonlijk zijn er al zoveel beelden die spreken vanuit de muziek van Bach dat er bijna onmogelijk nog extra beeld bij moet komen. Ik was er heel benieuwd naar. Wat je zei over de baslijn, is een belangrijk element. Een student speelde een Bach stukje en hij haalde de baslijn aan. Dat is onze taak als cellist als we Bachsuites spelen dat we gedurende één beweging de harmonische ondergrond voelen. Het is polyfonische muziek die wordt gespeeld op een niet polyfonisch instrument. Voor de choreografie komt dezelfde harmonische ondergrond terug.

Qua verhaal is er geen anekdotiek op te merken en de voorstelling is gebaseerd op één fysiek of specifiek element uit de omgeving als rode draad. Laatstgenoemde wordt vaker als het handelsmerk van De Keersmaeker gezien. Toch voel je op elk moment een diepe emotionele kracht. Zie je daar zelf ook kracht in om verhalend te werken op de tweede plaats?

Algemeen over de structuur van het stuk en de vormgeving vond ik het goed dat het geen lineair verhaal was of geen anekdotiek want de suites zelf spreken niet over een bepaalde gebeurtenis maar beschrijven meer aparte emotionele werelden. In die zin vond ik het mooi dat elke suite door een andere persoon werd gedanst maar De Keersmaeker was als hint telkens aanwezig bij elk stuk. Zo was het een geheel. Zoals ik net al zei, de suites zeggen voor mij al heel veel op zichzelf. Ik had het in het begin vrij moeilijk om mij te focussen op beide dingen. De bewegingen van de muziek is erg apart, dat was in het begin niet altijd de beste overeenkomst met de repetitieve patronen die De Keersmaeker gebruikt. Dat vind ik niet terug in de suites die niet zo repetitief zijn. Het is eerder de emotionele status in de suites waarin de beweging naar voor komt. Per suite komt er een emotionele wereld naar buiten. De beweging van de muziek en de beweging van de dansers samen, moest ik even aan wennen. De twee tegelijk even aandachtig observeren was niet evident. Ik heb soms gericht op één van de twee gefocust omdat de kunst van de toewijding aan één van beide mij beter viel.

Waar ik in de derde suite voor viel was een fragment waar Marie Goudot danste. Daar gebeurde iets speciaal naar mijn gevoel. Als danseres had ze een mooie muzikaliteit en een fijngevoeligheid voor die de microbewegingen in de muziek had. Dat heb ik gemist in de rest van de suites. Ondanks dat had ik qua licht en enscenering echt bewondering voor de voorstelling. Hoe Queyras op de scène zat en zijn positie veranderde, naargelang de suites vorderde, leverde prachtig detailwerk op. En ook zijn presence als acteur meer dan als een muzikant. Wat Anne Teresa De Keersmaeker doet met de repetitieve patronen en minimalistische insteek en alle werken die ze maakt, vind ik fantastisch en werkt heel goed. Waar ik een beetje bang voor was in het begin is dat ze de suites niet in dezelfde repetitieve stijl zou treffen. De twee tezamen zijn een beetje vreemd. Dat heb ik soms een beetje gevoeld. Er waren veel microbewegingen in de muziek die niet altijd benut zijn geweest. Wat op zich wel oké was want muziek moet ook op zichzelf kunnen bestaan. Maar men zou zich kunnen storen aan het feit dat het niet helemaal op elkaar is afgestemd. Los van dat vond ik het een prachtige voorstelling met veel mooie ideeën. Wat een mooi gegeven was, in het begin van de 5de suite, speelde Queyras vanuit de backstage. We hoorden de droom/ het visioen vanuit de zaal. Dat vond ik waarlijk een prachtig moment.

 

In Keulen ben ik momenteel voor de opera Cologne met een

choreograaf Johnny Lloyd een dansvoorstelling voor kinderen

aan het maken met de titel ‘Toybox’.

 

© Bart Boodts

Moest je zelf een opdracht krijgen als celliste om een choreografie te begeleiden onder de noemer: vertolker van morgen. Welke muziek zou jouw voorkeur krijgen?

Ik werk graag samen met dans, dat is steeds een erg inspirerende samenwerking. Samen met beweging een wereld creëren is een inspirerend proces. Ik heb in Antwerpen al enkele voorstellingen gemaakt met dansers. In Keulen ben ik momenteel voor de opera Cologne met een choreograaf Johnny Lloyd een dansvoorstelling voor kinderen aan het maken met de titel ‘Toybox’. Laatstgenoemde danste recent voor Eastman/ Sidi Larbi Cherkaoui voor het trio Fractus, ook voor de veertigste verjaardag   van de Pina Bausch company en Opera Shell Shock voor La Monnaie in Brussel. Het proces aan deze productie vind ik erg leuk, er is vrijheid om dingen te creëren i.p.v. te vertrekken van een bestaand werk. Ik hoop echt dat ik dat in de toekomst kan blijven doen, dat is een grote ambitie.

 

 

 

Verder maakt Yunah Proost in mei (informatie over datum en locatie worden nog gecommuniceerd) dit jaar een creatief eindproject voor haar master samen met Johnny Lloyd. Ze maken een voorstelling maken over Azerbaijaanse volksmuziek, Mugham muziek. Het klinkt in mijn oren alvast erg idyllisch. Hier wil je bij zijn!

 

 

Pin It

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *