1980 – Een stuk in de tijd

by • 15 juni, 2019 • Tekst, VerslagComments (0)424

Onze tijd wordt steeds kostbaarder. Wanneer iedereen druk-druk is, vijf minuten voor de voorstelling komt binnengehaast, nog snel een e-mail verstuurt in de wachtrij van de vestiaire om de deadline te halen, vormt het theater een oase van rust: een van de enige plekken waar je je nog compleet kan overgeven aan wat er rondom je gebeurt. Waar de telefoon uit moét, waar fotograferen van het meest instaworthy moment verboden is, waar een babbeltje slaan taboe is. Een plek om je blik te richten op één panorama, en daar gedurende de tijd van de voorstelling helemaal in te duiken, de diepte in.

De bijna vier uur die 1980 – Een stuk van Pina Bausch in beslag neemt, is dus niet vanzelfsprekend op een doordeweekse woensdagavond. Een kostbaar stukje tijd, en ook de prijs moet niet onderdoen. En toch lopen honderden mensen door de deuren van de Stadsschouwburg in Antwerpen omstreeks 19u. Ondertussen maken de dansers van Tanztheater Wuppertal zich klaar voor één van de meest intense voorstellingen – ze zijn immers bijna heel de tijd op scène.

Bij het binnenkomen van de zaal hangt de geur van lente in de lucht – het groene grasperk dat het podium bedekt biedt een verfrissend theaterbeeld. Een scenografie van Peter Pabst, nadat de vaste scenograaf (en partner van) Bausch, Rolf Borzik, in januari 1980 overleed. De hele voorstelling, die niet lang na zijn dood in première ging, zal ermee bedwelmd zijn: onbevattelijk verdriet, maar ook een enorme levensdrang en -vreugde. 

‘Sorry you had to go so soon. It was a pleasure to have you here.’ Al in de eerste momenten van de voorstelling wordt er uitgebreid afscheid genomen van elkaar. Na het verlies van een dierbare komt de leegte die de persoon achterlaat, een op maat gemaakt gat dat bodemloos lijkt. In de voorstelling proberen de dansers wanhopig dat gat te negeren. Ze dansen er rondom, proberen de leegte erachter te maskeren met oppervlakkige, zinloze praatjes, een radeloos herhalend gebaar als een vraagteken, een illusie van orde in de vorm van een rij ontblote benen. Een meester goochelaar komt je tijdelijk begoochelen, maar laat je uiteindelijk ook weer in je eigen verwarring achter, als een eeuwige cliffhanger hunkerend naar een catharsis.  Een ritualistische collage, een ode aan het leven en de dood en alles ertussen, een poging tot verwoording en verbeelding van het mens-zijn in al zijn emoties: 1980 is een stoet van soms intense, energieke momenten, afgewisseld met momenten van ontspanning en verstilling.

 

 

Vier uur lang breng je tijd door met het stuk, met het publiek, met de acteurs, met de ruimte. Er wordt thee uitgedeeld, chocolaatjes in het publiek geworpen, sigaretten samen opgerookt. Een band wordt gesmeed. Het universum van Pina Bausch – met de luchtige vrouwenjurken, de net iets te grote mannenpakken, de eclectische keuze van melancholische muziek, de flarden tekst – voelt ondertussen vertrouwd aan. Zoals The Young One collega Lisa Deckers opmerkte: de dansers en acteurs van Wuppertal verwelkom je bijna als familie. Het is aangenaam vertoeven op die plek tussen de vertrouwde comfort zone van Bausch’ herkenbare universum, en de ruimte en openheid voor verrassing, voor de uniciteit van elke voorstelling op zich.

Al is die vertrouwdheid niet vanzelfsprekend na 40 jaar: bij elke herneming krimpt de originele cast van de voorstelling, en komen er nieuwe gezichten bij. Maar de bewegingen blijven hetzelfde, net als de kostuums en de rekwisieten –  van de typische caféstoelen tot de oude filmcamera en zwartwit televisie. Hoe bewegen de acteurs zich in deze voorstelling doorheen de tijd? Sommigen spreken al 40 jaar dezelfde woorden uit, dansen dezelfde passen. Sommigen betreden de grasgroene speelruimte voor de eerste keer – en worden verwacht om strak in de voetsporen van de voorgaanden te treden. Waarom voelt deze voorstelling dan niet aan als een museum? Als een relikwie van de Heilige Pina dat stil Is blijven staan in de tijd? De voorstelling spant niet als een strak korset, maar voel eerder als een van de typische luchtige jurken die de actrices dragen, die zowel vrijheid als vrouwelijkheid lijken te bieden. Het voelt als een voorstelling die lééft, ondanks de donkere thema’s, ondanks de verstreken 40 jaar. Van ‘happy birthday to me’ en kinderspelletjes tot verstilde dansen en begrafenis rituelen: om het verstrijken van de tijd kan je niet heen. De kern van ons bestaan, waar we in rondjes omheen lijken te lopen in het dagelijkse leven, krijgt in het theater de tijd, de ruimte, de volle focus. In al zijn complexiteit. 

Op het einde van de voorstelling ruikt het gras muffer, de frisse lentegeur is verdwenen. De voorstelling is weer een avond ouder. Dat kostbare stuk tijd – vier uur op een woensdagavond – van acteurs en publiek, is op de rijkst mogelijke manier ingevuld.

Pin It

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *